Straatnaamgeving, commissie (reglement)
Artikel 1. De commissie
Er is een commissie van advies aan het college van burgemeester en wethouders voor de straatnaamgeving, hierna te benoemen de commissie.
Artikel 2. Taak
De commissie brengt gevraagd en ongevraagd schriftelijk advies uit aan het college van burgemeester en wethouders over:
a. de verdeling van de gemeente in wijken en buurten en het aanduiden met nummers, zo nodig aangevuld met letters of namen en
b. het toekennen van namen aan delen van de openbare ruimte en aan gemeentelijke bouwwerken.
c. bij het toekennen van namen aan straten en objecten is de commissie verplicht rekening te houden met de uitgangspunten neergelegd in de "nadere regels te hanteren bij naamgeving van straten en objecten in de gemeente Wierden."
Artikel 3. Samenstelling en lidmaatschap
1. De commissie bestaat uit:
a. een lid van het college van burgemeester en wethouders;
b. twee leden namens de verenigingen die zich in Wierden resp. Enter bezighouden met de lokale historie;
c. twee leden die uit de lokale gemeenschap worden geworven.
2. De leden worden door het college van burgemeester en wethouders benoemd.
3. De leden kunnen tussentijds ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de voorzitter van de commissie, die maatregelen treft om in de vacature te voorzien.
Artikel 4. Voorzitter
1. Het college van burgemeester en wethouders benoemt uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
2. De voorzitter heeft in de commissie stemrecht.
Artikel 5. Secretaris
1. Het college van burgemeester en wethouders wijst als secretaris van de commissie aan de chef sectie Burgerzaken.
2. De secretaris is geen lid van de commissie.
3. De secretaris dient de commissie desgevraagd van advies.
Artikel 6. Tekenen van stukken
1. De stukken van de commissie worden ondertekend door de voorzitter.
2. De stukken van procedurele aard worden door de secretaris ondertekend. De voorzitter kan de secretaris machtigen bepaalde stukken namens hem te ondertekenen.
Artikel 7. Deskundigen
De voorzitter is, uit eigener beweging of daartoe uitgenodigd door de commissie, bevoegd ambtenaren en andere deskundigen uit te nodigen tot het deelnemen aan de vergaderingen van de commissie.
Artikel 8. Werkwijze
1. De commissie komt bijeen:
- wanneer de voorzitter dit nodig acht of
- op verzoek van het college van burgemeester en wethouders.
2. De voorzitter roept de leden schriftelijk op voor de vergadering, onder opgaaf van de punten die zullen worden behandeld. De agenda en vergaderstukken worden twee weken voor de vergadering aan de leden toegezonden. De commissie werkt zoveel mogelijk op basis van een vergaderschema.
3. De commissie vergadert slechts als ten minste drie leden, waaronder de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter, aanwezig zijn. Wanneer het vereiste aantal leden niet aanwezig is, belegt de voorzitter binnen één week een nieuwe vergadering en stelt de leden daarvan terstond schriftelijk in kennis. In deze laatste vergadering kunnen besluiten worden genomen ongeacht het aantal aanwezige leden.
4. Besluiten van de commissie worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien destemmen staken, beslist de voorzitter. De secretaris heeft een adviserende stem.
5. De commissie vergadert en besluit in het openbaar.
6. Het advies van de commissie aan het college van burgemeester en wethouders bevat voor zover relevant de zienswijzen van de leden van de commissie.
Artikel 9. Slotbepalingen
In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de voorzitter van de commissie.
Artikel 10. Citeertitel en inwerkingtreding
1. Dit reglement kan worden aangehaald als "Reglement voor de adviescommissie straatnaamgeving".
2. Het reglement treedt in werking na intrekking van de verordening voor de commissie straatnaamgeving door de gemeenteraad.
TOELICHTING OP HET REGLEMENT
1. ALGEMEEN
Straatnamen zijn om verschillende redenen van belang. Zo maakt de indeling van een gemeente in straten het mogelijk dat enerzijds burgers en anderzijds dienstverleners als politie, brandweer, ambulance en posterijen, zich snel kunnen oriënteren in een gemeente. Ook is de indeling van een gemeente in straten voor de gemeente zelf van belang. In vrijwel alle gemeentelijke registraties komen immers straatnamen voor gesorteerd op de alfanumerieke volgorde van straatnamen.
Straatnamen ontstaan echter niet zomaar. Namen moeten immers worden toegekend aan straten. Er moeten namen worden bedacht. Daarbij dienen deze namen aan allerlei eisen te voldoen. Zo moeten de namen bijvoorbeeld bruikbaar zijn in de spreektaal en dienen zij in de betreffende gemeente uniek te zijn. Ook is een bepaalde systematiek bij het geven van straatnamen onontbeerlijk.
Gelet op het belang van goede straatnaamgeving en gezien de ingewikkeldheid daarvan verdient het aanbeveling de straatnaamgeving op te dragen aan een gemeentelijke commissie en wel de commissie straatnaamgeving.
De commissie straatnaamgeving dient rekening te houden met de afspraken die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft gemaakt met PTT Post BV circulairenummer 91/30, ons kenmerk: AJZ/102328; d.d. 5 april 1991). De aanleiding tot deze afspraken was het terughoudende beleid van PTT Post om wijzigingen aan te brengen in het postcodesysteem. Er is afgesproken dat gemeenten niet nodeloos wijzigingen aanbrengen in de straatnaamgeving die tot wijzigingen in het postcodesysteem noodzaken. Hiervan was bijvoorbeeld sprake toen een Friese gemeente besloot haar straatnamen in het Fries om te zetten. Indien een gemeente zich niet aan de afspraak houdt om de straatnaamgeving niet nodeloos te wijzigen, worden de kosten die PTT Post als gevolg hiervan moet maken bij het gemeentebestuur in rekening gebracht.
Ook is afgesproken dat een gemeentebestuur zo spoedig mogelijk overleg met PTT Post pleegt over zijn voornemen wijzigingen in de straatnaamgeving aan te brengen die gevolgen hebben voor het postcodesysteem.
De bevoegdheid tot het toekennen van namen aan straten berust bij het college van burgemeester en wethouders. Deze verordening maakt het mogelijk een commissie straatnaamgeving in te stellen, die burgemeester en wethouders ten behoeve van deze taak adviseert.
De commissie straatnaamgeving kan geheel op eigen initiatief namen bedenken voor straten. Op dit gebied bestaan immers geen voorschriften of richtlijnen van hogere overheden.
2. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 2
De commissie straatnaamgeving geeft niet alleen namen aan wijken en buurten. Ook het toekennen van namen aan delen van de openbare ruimte en aan gemeentelijke bouwwerken behoort tot haar taak. Dit laatste is mede noodzakelijk met het oog op het feit dat bouwondernemingen/projectontwikkelaars nogal eens namen toekennen aan bouwwerken zonder rekening te houden met de uitgangspunten die de commissie straatnaamgeving hanteert bij de toekenning van namen. Een en ander betekent dat bouwondernemingen/projectontwikkelaars in het geval zij namen willen toekennen aan bouwprojecten, contact moeten opnemen met de commissie voor de straatnamen.
Artikel 3
Omdat het een adviescommissie aan het college betreft, kunnen hierin geen raadsleden zitting nemen.
Artikel 4
De commissie straatnaamgeving is een commissie van advies aan het college van burgemeester en wethouders. Hierdoor verdient het aanbeveling om de voorzitter en zijn plaatsvervanger door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen.
Artikel 5
De secretaris wordt aangewezen door het college van burgemeester en wethouders en is geen lid van de commissie. Het verdient aanbeveling een persoon van de sectie burgerzaken te benoemen. Deze sectie is namelijk de beheerder van de stratentabel en adviseert al jaren op het gebied van de straatnaamgeving. Van de secretaris mag immers worden verwacht dat hij de commissie desgevraagd van advies dient.
Artikel 7
Indien de secretaris afkomstig is uit het ambtelijk apparaat, is doorgaans al zoveel deskundigheid in de commissievergaderingen bijeengebracht dat de uitnodiging van andere deskundigen kan worden beperkt.
Artikel 8
De commissie wordt in ieder geval door de voorzitter of op verzoek van het college van burgemeester en wethouders bijeen geroepen wanneer nieuwe straatnamen moeten worden toegekend of straatnamen moeten worden herzien. Herziening van straatnamen kan onder andere wenselijk zijn als gevolg van een gewijzigde verkeerssituatie, waardoor de bestaande straatnaamgeving of de vindbaarheid van panden bemoeilijkt is.
NADERE REGELS TE HANTEREN BIJ NAAMGEVING VAN STRATEN EN OBJECTEN IN DE GEMEENTE WIERDEN
- De namen voor straten en objecten moeten getoetst worden op hun bruikbaarheid in:
de administratie;
de correspondentie (niet gebruiken van voorzetsels, voornamen en titels) en de spreektaal. - De straatnamen moeten gemakkelijk te alfabetiseren zijn.
- Het geven van namen die verwarring kunnen geven met reeds bestaande straatnamen moet vermeden worden.
- De straat en het "daarin" gelegen plein dat tezamen met die straat één geheel vormt, krijgen dezelfde naam.
- De straatnamen, behorende tot éénzelfde groep van namen, dienen zoveel mogelijk in één wijk of stadsgedeelte bijeengebracht te worden.
- Geen versnippering van naamgroepen.
Voor een kleine wijk geen groep van namen met een ruime keuze gebruiken en andersom. - Bij het geven van een straatnaam moet rekening worden gehouden met het taalkundig aspect (zie bijlage 1).
- De straatnaam mag niet te lang zijn.
- De straatnaam moet goed uit te spreken zijn. Een naam met een mooie klank verdient de voorkeur.
- Het centrum van de kernen eigent zich in het bijzonder voor het gebruik van incidentele namen.
- Voor buiten de bebouwde kom(men) gelegen wegen wordt de wegenlegger geraadpleegd.
- Oude historische namen gebruiken indien de situering ter plaatse geschiedkundig verantwoord is. Letten op een goede schrijfwijze van toponiemen en niet opzettelijk imiteren wat oud is.
- Probeer met een naam de geschiedenis levend te houden maar overdrijf niet.
- Indien de te geven naam in het algemeen reeds een begrip is (geweest) onder de dialectische aanduiding, is het niet bezwaarlijk deze dialectische aanduiding in de (straat)naamgeving aan te houden.
- Bij wijken en buurten in aanleg kunnen de straatnamen (en huisnummers) voorlopig worden gegeven.
HET TAALKUNDIG ASPEKT BIJ NAAMGEVING
Geen straatnamen gebruiken die associaties opwekken aan te alledaagse, banale of onwelvoeglijke zaken, begrippen en woorden.
Ook een straatnaam brengt een stuk gevoelswaarde met zich.
Het is volstrekt duidelijk dat niet elk onderwerp zich leent voor straatnaamgeving. Een nadere toelichting hierover is niet nodig.
Het gebruik van aardrijkskundige namen met of zonder genitief "se"
Indien de straat naar de benoemde plaats leidt, dient de genitief "se" gebruikt te worden.
Enkele voorbeelden: Rijssenseweg, Rijssensestraat, Bornerbroekseweg, Vriezenveenseweg en Nijverdalsestraat, straten die respectievelijk naar Rijssen, Bornerbroek, Vriezenveen en Nijverdal leiden zijn goed. Ermontsestraat, Lampertheimsestraat en Maldegemsestraat zijn fout en moeten zijn: Ermontstraat, Lampertheimstraat en Maldegemstraat. Goed is Europa-ring. Bepaalde samenvoegingen zoals Belgiëlaan en Vlaanderenlaan klinken niet zo goed. We vinden daarom de namen Laan-van-België en Laan-van-Vlaanderen een aardige omzeiling van de (foutieve) genitief-vorm.
Bij het geven van straatnamen letten op de juiste schrijfwijze en de spellingsregels van de tussenklanken en samenstellingen
De tussenklank -s- wordt bij straatnamen nogal eens vergeten. Als regels gelden, dat de tussen -s- wordt geschreven in samenstellingen:
a. waarvan de letter s wordt gehoord (Stadhuis, Stadsplein)
b. waarvan het eerste lid niet eindigt op een scherpe medeklinker en het tweede lid begint met een zachte sisklank die in de samenstelling is verscherpt (Bankierszaak) en van meer belang bij straatnamen
c. waarvan het tweede lid begint met een scherpe sisklank of met een dooreen scherpe medeklinker voorafgane verscherpte zachte sisklank, wanneer met het eerste lid uitsluitend of overwegend samenstellingen met S worden gevormd.
We schrijven dus Stationsstraat, St.-Jansstraat, Dorpsstraat, Pieterssteeg, Bakkersberg en Scheepsmakerskade.
Dit geldt niet bij familienamen dus: Gouverneurlaan (schrijver), maar wel Gouveneurspad (functionaris).
Verder moet worden gedacht aan het gebruik van het koppelteken "-", het afkortingsteken "." (St., Ir., Dr. enz) en het weglatingsteken (de apostrof) ('s-Gravenhage, 's-Hertogenbosch enz.). Na Sint of St. wordt steeds een koppelteken geschreven, dus Sint-Jansplein en St. Joseph-straat.
Ook moet een koppelteken worden geschreven in samenstelling met letters, letter-combinaties, cijfers en andere tekens bijvoorbeeld: Karel I-straat, Willem II-laan, HBS-straat en Abc-steeg.
Is het tweede lid van een samenstelling een bepaling van het eerste en bestaat deze bepaling uit twee of meer woorden, dan worden deze, tenzij ze een familienaam vormen, ook onderling door een koppelteken verbonden bijvoorbeeld:
Schout-bij-nachtlaan;
Kijk-in-de-potplein;
Cort-van-der-Lindenstraat;
Jan-Willem-Frisolaan;
Gerrit-Jan-van der Veenstraat;
Hendrik-Gerard-Dirckxstraat
Deze laatste voorbeelden zijn speciaal bedoeld voor bestaande straten, niet voor toekomstige (punt 12).
Een koppelteken bij geografische en andere namen, bestaande uit een eigennaam met een daarvoor of daarachter gevoegd onverbogen of onbuigbaar bepalend woord: Vlaardingen-Oost, Rotterdam-Zuid, Nieuw- Zeeland en Voor-Indië.
NAAMGEVING OBJECTEN
Het is zinvol de taakstelling van de commissie straatnaamgeving uit te breiden met de naamgeving aan objecten. Grotere invloed van de gemeente op de naamgeving van projecten, betekent dat in een zo vroeg mogelijk stadium door diezelfde gemeente actie ondernomen moet worden.
In voorkomende gevallen zal er door het bureau bouw- en woningtoezicht van de afdeling Grondgebied, bij de betrokken bouw- ondernemingen/projectontwikkelaars op aangedrongen moeten worden dat een eventuele naamgeving van het project in samenspraak met de gemeente vastgesteld wordt.
Mogelijke namen worden vervolgens op ambtelijk niveau met de betrokken bouwondernemingen/projectontwikkelaars doorgenomen, waarbij de uitgangspunten van deze nadere regels te hanteren bij de naamgeving van straten en objecten de basis vormen.
De conclusies van dit overleg worden via het college van burgemeester en wethouders aan de commissie voor de straatnaamgeving voorgelegd.
Wanneer deze conclusies inhouden dat overeenstemming over de te geven naam is bereikt, dienen zwaarwegende argumenten van de commissie aanwezig te zijn om van het collegevoorstel af te wijken.
Wanneer het gesprek op ambtelijk niveau tot resultaat heeft gehad dat er verschil van mening is, omdat er meerdere mogelijkheden voor naamgeving voorhanden zijn, dan tracht de commissie in samenspraak met de betrokken bouwonderneming/projectontwikkelaar tot een oplossing te komen.
Uitgangspunt moet zijn dat toekomstige bewoners van een bouwproject niet geconfronteerd moeten worden met een projectnaam en door de gemeente vastgestelde straatnaam.