Toespraak Nick Hubers Dodenherdenking

Lees hieronder de toespraak van burgemeester Nick Hubers tijdens de Dodenherdenking op 4 mei 2026 in Wierden. 

Goedenavond, fijn dat we hier vanavond met zo velen samen zijn.

Op 4 mei staan we stil bij mensen die hun leven verloren in de Tweede Wereldoorlog, maar ook bij iedereen die daarna, waar ook ter wereld, is omgekomen in oorlogssituaties en bij vredesmissies. In het besef dat bij gewapende conflicten, zoals op dit moment in vele delen van de wereld, tot op de dag van vandaag onschuldige slachtoffers vallen.

Voor velen van ons voelt de tijd van de Tweede Wereldoorlog ver weg. We kennen de verhalen uit boeken, van school of van mensen die ze hebben doorgegeven. En toch komt het dichterbij als je er echt bij stilstaat. Want wat daar gebeurde, begon niet ineens. Het begon klein. Met uitsluiting, met woorden, met mensen die werden weggezet als anders. 

Een gedicht waarin dit wat mij betreft treffend wordt verwoord is van Willem Wilmink, Ben Ali Libi. 

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,

staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,

dus keek ik er met verwondering naar:

Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos

en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,

scharrelde hij de kost bij elkaar:

Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost

dat Nederland nodig moest worden verlost

van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.

Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,

kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.

Er stond al een overvalwagen klaar

voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In 't concentratiekamp heeft hij misschien

zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien

met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,

Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie

met een alternatief voor de democratie,

denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar

voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,

hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

We leven in een tijd waarin de wereld opnieuw onrustig is. Het geweld en de oorlog in Iran laten zien hoe kwetsbaar vrede is. En al lijkt dat soms ver weg, aan de andere kant van de wereld, ook in Europa is vrede niet vanzelfsprekend, zoals de oorlog in Oekraïne dat helaas nog iedere dag duidelijk maakt.

Vrijheid en veiligheid zijn geen vanzelfsprekendheid. Ze vragen om onderhoud. Om waakzaamheid. Om de bereidheid om voor elkaar op te staan, juist als het moeilijk wordt.

Herdenken is daarom niet alleen terugkijken. Het is ook vooruitkijken. Het stelt ons de vraag wat wij vandaag doen met de vrijheid die ons is gegeven. Hoe wij omgaan met verschillen. Hoe wij reageren als mensen worden buitengesloten. En of wij de moed hebben om onze stem te laten horen wanneer dat nodig is.

Want de geschiedenis leert ons dat onverschilligheid ruimte kan geven aan onrecht. En dat het beschermen van vrijheid begint bij kleine, alledaagse keuzes. In woorden. In gedrag. In hoe wij met elkaar samenleven.

Laten we daarom niet alleen herinneren, maar ook verantwoordelijkheid voelen. Voor elkaar. Voor onze samenleving. Voor de generaties die na ons komen.

Zodat de mensen die we vandaag herdenken, niet alleen verbonden blijven aan verlies, maar ook aan een blijvende opdracht: om te blijven werken aan een wereld waarin vrijheid, recht en menselijkheid centraal staan.

Door te herdenken zullen we niet vergeten, als we niet vergeten blijft de vrijheid levend. 

Dank u wel.